In Memoriam

Bert van Rijswijk

 

 Brief aan Bert

 

Lieve Bert,

Jouw geliefden hadden gezamenlijk, een geheel bij jou passend, afscheidscenario gemaakt maandag 25 september jl..

Ieder had zijn/haar eigen bijdrage, met de welbespraaktheid, zoals ik niet anders van hen had verwacht. Daarnaast de subtiele muzikale bijdrage, waarvan ook jij, tot ontroerends toe zou hebben genoten. Alles op gepaste wijze. Zelfs jullie hondje heeft de hele plechtigheid, zonder wanklank bijgewoond.

Het Húnser kerkje (jouw kerkje) zat afgeladen vol. Speciaal voor jou had Auke Rauwerda de petroleumlampjes aangestoken. Samen met Judith’s “Húnser Madonna”  boven de spreekstoel was het bijna sfeervol, maar zeker warm te noemen.

En de Húnsers en de Leonsers?...... Zij waren stil, maar, naast jouw geliefden en vrienden, wél aanwezig!!! Want Bert, met jouw heengaan, verliezen we een lieve, altijd belangstellende, markante dorpsgenoot. Aanwezig bij ieder dorpsgebeuren. Genietend van een “citroentje” en, zolang je gezondheid het toeliet, dansend op de muziek van Rolling Stones en J. Geilsband.

Zó kenden de meeste dorpelingen jou. Dat jij, de zondagochtend na zo’n feest, erin slaagde, een “pakkende’ preek te houden in een door dorpsbewoners (soms met spijker in hun “kop”) goed bezet Húnser kerkje, was tevens een gave van jou.

 

Lieve Bert, je bent, ondanks alle tegenslagen, altijd blijven geloven en hopen, maar vooral blijven liefhebben.

Wij hopen, mét je geliefden, dat je nú vind wat je nodig hebt!

Liefs…  met een knuffel in de wind……..Lutske.

P.S. We hopen jouw Juutje tot steun te zijn.

 

Lutske van der Woude - Jepma

 

 

In Memoriam Libertus van Rijswijk

 

Ha! Jonkie. Of: dag jonkie. Zo groette Bert of nam hij afscheid. Toen hij me zo voor het eerst noemde, dacht ik “nou ja, ik ben ook een stukkie jonger …….” Later begreep ik van Harm, zijn vriend, dat hij iedereen zo noemde, ook hem. Het had wel wat intiems, vertrouwds.

Bert en ik zijn allebei theoloog, dus je kunt wel nagaan waar we het over hadden in onze gesprekken. Ik vind dat altijd wel lekker, puur voor mezelf, want dan ben ik niet zo “apart”, zo “de dominee”. Dat zal ik wel missen.

Ook al was Bert 23 jaar ouder dan ik (hij is van 1935, ik van 1958), hij voelde als een generatiegenoot. Hij had mijn vader kunnen zijn. Ik vind het, nu ik erover nadenk. Heel opmerkelijk. Bert heeft, net als ik, theologie gestudeerd in Kampen. Ik geloof dat hij daarmee begonnen is in mijn geboortejaar. Hij is nooit predikant geworden. Hij heeft als redacteur bij Trouw en Elseviers gewerkt. Hij heeft ook boeken vertaald. Hij vond zijn meesterwerk de biografie van Sigmund Freud, geschreven door Peter Gay. De recensies waren vol lof over zijn vertaling (die als beter werd beoordeeld dan het origineel).

Er valt veel over Bert te vertellen, denk ik, maar ik weet niet of het hier daarvoor wel de juiste plaats is.

Ik had in de kerk nog wat uitgebreider willen stil staan bij Bert, maar er was al heel veel gezegd en ik wilde de dienst niet nog langer laten duren. Ik ben blij dat Judith met een goed gevoel terug kijkt op de dienst.

Bert en Judith maken deel uit van een generatie die de hippietijd van na de 2e wereldoorlog intens hebben meegemaakt. Bert was van huis uit een gereformeerde jongen. De theologiestudie heeft bij hem het nodige aan vragen los gemaakt. Hij paste op een gegeven moment, qua levenstijl en opvattingen niet meer in het gereformeerde keurslijf. Bert is getypeerd als een levensgenieter. Gereformeerden zijn qua instelling allesbehalve levensgenieters. Toch had hij voor mij onmiskenbaar een gereformeerde “nestgeur”.

Bert is een van de generatie gereformeerden die hun blikveld verruimden tot buiten de gereformeerde zuil. Hij leerde, ook via Judith, de breedte en de rijkdom van de cultuur kennen. Hij bleef echter zijn leven lang een fan van orgelmuziek (orgel was hét instrument van de gereformeerden).

Bert had ook iets met de bevindelijke (een gereformeerde term voor zoiets als “zin voor mystiek” ) “olde schrievers”.

In de gereformeerde bevindelijkheid komt het accent sterk te liggen op de persoonlijke onmacht en zonde tegenover God en op de persoonlijke verlossing. Hij heeft die boeken nog niet zo lang geleden weg gedaan.

Bert was bang voor de dood (wie niet zult u misschien zeggen).

Zodanig dat de dood niet bespreekbaar was. Het was het verplegend personeel in het ziekenhuis ook al opgevallen. Bert leek te denken dat hij naar huis ging om op te knappen en aan te sterken. Sommigen gingen daar in mee met Bert. Ik heb geprobeerd om het aan te kaarten. Ik geloof niet zo in je ogen sluiten voor de realiteit. Bovendien wilde ik graag bij hem staan in dat laatste stukje en wilde ik niet dat hij me “tussen de vingers door zou glippen”. Het moet toch eenzaam hebben gevoeld en angstig - dat laatste stuk, zodanig dat hij nu en dan uitriep: “Kan dan niemand me helpen”. Zijn zussen zeiden dat hij op het laatst zei: “Het is volbracht”. De laatste woorden van Jezus aan het kruis. Het was in die laatste week thuis (en al eerder in het ziekenhuis) ook niet altijd meer te zeggen wat tot Bert doordrong en wat niet. Ziekte en behandeling hadden Bert ook veranderd. Hij schrok toen ik bij hem kwam om “afscheid” te nemen. Jammer. Wat de deur had moeten openen, bleek eerder een koude tochtvlaag die de deur dicht deed slaan.

Ik ben blij dat Bert en ik wat tijd en dingen hebben kunnen delen. Ik had hem graag nog langer en beter gekend. Ik hoop dat Judith de kracht en de energie vindt om het verlies van Bert te verwerken. Ik ben blij dat Judith zoveel warme aandacht ervaart uit Húns-Leons. Bert, rust in vrede.

 

Gerard Knol